Het F-woord
Mariëlle Boersen • 18 oktober 2018
Je verwacht eigenlijk dat vooroordelen ontkracht worden. Soms blijken ze echter hardnekkig waar. Zo deed ik laatst een aantal rollenspelen bij een groot IT-bedrijf. Het was in het Engels omdat de deelnemers uit verschillende landen kwamen. Ze konden hun eigen casus inbrengen.
Een van de deelnemers vertelde in het voorgesprek over te strakke deadlines, een te krap budget, onmogelijke eisen en een voortdurend blussen van brandjes omdat er geen tijd was grote aanpassingen te verrichten. Hij liep rood aan en kneep zijn hand tot een vuist toen hij uitlegde waar het over ging. De frustratie kwam bijna als stoom uit zijn oren.
In het gesprek met zijn leidinggevende dat we vervolgens oefenden, lukte het hem echter niet om enige urgentie te leggen in zijn argumenten voor meer budget en tijd. Toen ik, in mijn rol als zijn leidinggevende, doorvroeg waarom dit zo belangrijk voor hem was en wat dit met hem deed, gaf hij aan dat het allemaal wel meeviel. Hij redde zich wel. Het deed hem niets.
De boodschap kwam hierdoor niet aan. Ik kon me voorstellen dat zijn leidinggevende hem liet doormodderen.
Ik vond het zorgelijk. Ik had gezien hoe hij er aan onderdoor ging, maar het lukte hem niet dit toe te geven en zo de situatie te veranderen. Hij zag het als falen, een brevet van onvermogen. Je mocht toch niet zeggen dat het je frustreerde, dat je ervan baalde dat er geen rekening met je werd gehouden, dat er voortdurend over je grenzen werd gegaan...
Het heeft echter zoveel meer effect als je kunt aangeven ‘Zo kan ik niet werken. Dit is onmogelijk. Dit trekken we niet. Dit trek ik niet.’ Vooral als je gespreksgenoot daarbij voelt dat je het meent en wat het met je doet.
Als je je irritaties, boosheid, werkstress en frustratie ontkent, gaan deze gevoelens, om het maar even te vertalen in computertermen, als een virus woekeren. Dit kan leiden tot een vastlopen van je systeem. Het wachten was op een burn-out.
Een andere teamleider oefende een gesprek waarbij hij een medewerker moest ontslaan. Hij begreep niet dat ik als zijn tegenspeler in opstand kwam. Hij volgde toch de procedures?
Het lukte hem niet te reageren op mijn frustratie, boosheid, verdriet, wanhoop. Alle gevoelens die bij een ontslaggesprek naar voren kunnen komen, stuitten op een muur van onbegrip. Op deze manier gingen de projectleider en de medewerker niet op een goede manier uit elkaar. Iets dat toch belangrijk is, want het is een kleine wereld, je komt elkaar tegen en slechte reclame voor je bedrijf is ook niet welkom. Daarnaast is het ‘gewoon’ menselijk om aandacht te hebben voor wat een slecht bericht met iemand doet en deze klap samen op te vangen. Toch?
Niet bij deze groep. Gevoelens, welke dan ook, bleken een verboden woord bij deze IT-managers. Op een gegeven moment noemden ze het lacherig ‘the F-word’: Feelings. Zodra er iets ter sprake kwam dat leek op gevoel, werd er gegniffeld en schoof men onbewust een stukje naar achteren.
Ontslagen worden brengt gevoelens met zich mee. Omkomen in je werk ook. Gevoelens zijn menselijk. Een van de grote verschillen tussen een mens en een computer is dat een mens gevoel heeft. Het was hier of ik me door een computer liet ontslaan. Zelfs een ‘Ik zie dat je het moeilijk hebt’ kon hij niet uit zijn strot krijgen.
Op het laatst riep ik dan ook verbijsterd ‘You are no robot.’ Waarop een andere deelnemer me subtiel op het verschil wees ‘No, his name is Robert.’
Er is nog een lange weg te gaan.

Elk kind heeft dezelfde vijf basisbehoeften. Als hier niet aan wordt voldaan, past een kind zich aan om de situatie zo goed mogelijk te doorstaan. Zo ontstaan er een onbewuste adaptieve overlevingsstijlen die als kind functioneel waren, maar die je als volwassene kunnen belemmeren. We onderscheiden de volgende tekorten in basisbehoeften en de daarbij behorende overlevingsstijlen: Verbinding: Je raakt het contact met je lichaam en emoties kwijt, waardoor het moeilijk wordt om relaties aan te gaan. A fstemming: Je negeert je eigen behoeften of weet niet goed wat je nodig hebt. Vertrouwen: Je hebt moeite met vertrouwen en afhankelijkheid, waardoor je het lastig vindt hulp te vragen of steun te ontvangen. Autonomie: Grenzen aangeven voelt bedreigend, je durft geen nee te zeggen of je mening te uiten zonder schuld of angst. Liefde-seksualiteit: Je hebt moeite met het openen van je hart en het aangaan van liefdevolle, vitale relaties. Het NeuroAffective Relational Model (NARM) kijkt functioneel naar het verleden: alleen wanneer oude pijn het heden belemmert, wordt dit onderzocht. Zo ontstaat ruimte voor herstel en groei, zonder te blijven hangen in het verleden. In een sessie word je uitgenodigd om een actuele situatie te onderzoeken waarin je vastloop t . Samen onderzoeken w e wat je lichamelijk en emotioneel ervaart—misschien voel je spanning in je buik of een terugtrekkende beweging. De kunst is deze gevoelens te erkennen zonder oordeel , maar mild en met aandacht. Zo kun je ontdekken welke oude overlevingsstrategie zich nu aandient (bijvoorbeeld: jezelf afsluiten om pijn te vermijden). Door in het moment stil te staan bij wat je werkelijk nodig hebt, ontstaat meer helderheid. H et helpt om dan een kleine stap te zetten, zoals het benoemen van je behoefte aan verbinding, en te ervaren dat het veilig is dit uit te spreken. Zo word en in een sessie niet alleen patronen inzichtelijk gemaakt, maar wordt er ook ruimte gecreëerd om vanuit het nu te kiezen voor meer authenticiteit en contact, voor heling en groei. Bron en boekentip: Ontwikkelingstrauma helen, Laurence Heller

Soms is het moeilijk onder woorden te brengen waar je mee zit. Of je wilt niet herbeleven wat je zo geraakt heeft. Of je zit met trauma's uit een periode waarin je nog geen taal had. Dan is het fijn om een verwerkingsmethode te hebben die met het pre-verbale en pre-cognitieve deel van je hersenen werkt. Brainspotting werkt met dit onderbewuste deel van je brein om trauma's en andere diepgewortelde blokkades te verwerken en te helen. Brainspotting is een hersengebaseerde therapie die door dr. David Grand, trauma-expert, is ontwikkeld vanuit EMDR. Door middel van bepaalde oogposities wordt er verbinding gemaakt met het brein en het lichaam. Het klinkt misschien vreemd, maar door te kijken naar het puntje van een aanwijsstok, komen er processen op gang die helpen bij de verwerking van oud zeer en trauma's. Traumatische ervaringen zijn ervaringen die op dat moment niet verwerkt konden worden en die als het ware in een soort capsule in het brein bewaard worden om op een later moment te verwerken. Bij brainspotting kun je door de oogposities toegang krijgen tot die capsules. De verwerking is op onbewust niveau, gaat vaak in golven en kan bestaan uit tranen, boosheid, oogbewegingen, schokkerige bewegingen, een misselijk gevoel, gapen, etc. Hoe de verwerking zich uit, verschilt per persoon en per keer. De verwerking gaat na een sessie vaak nog door. Het mooie is dat we het niet hoeven te begrijpen en het niet kunnen sturen. Het limbische systeem neemt het van ons over en verwerkt alsnog wat vroeger niet verwerkt kon worden. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek naar deze methode gedaan en komt er steeds meer erkenning voor. Mocht je interesse hebben een brainspotting sessie te ondergaan, laat het me weten.