Fouten maken mag

Mariëlle Boersen • 21 augustus 2018
Bij theatersport is één van de regels dat je vooral fouten moet maken. Fouten zijn namelijk leuk in het spel. Het publiek kijkt verwachtingsvol toe hoe jij je uit situaties redt en geniet als dit je lukt. Bovendien geeft het idee dat fouten maken mag, je als speler veel vrijheid. Je hoeft niet zo na te denken over wat je gaat zeggen en schakelt daarmee je kritische stem, die bij veel mensen zeer actief is, uit.
Fouten maken in het echte leven vinden veel mensen, ik eerlijk gezegd ook, niet zo prettig. Je wilt het graag goed doen. Maar wat is goed en wat is fout?
Bij een rollenspel was ik een keer behoorlijk direct tegen een cursist. 'Je praat alsof ik een kind ben', zei ik. Ik wachtte gespannen of ze dit aankon, of ik niet te ver was gegaan. Je moet als trainingsacteur steeds inschatten wat nog zinvol is voor een cursist, wat iemand aankan en waar die van kan leren. Ze schrok, bleef even stil, zei toen 'oh, dat is niet de bedoeling. Laat ik het anders zeggen' en ging door. Briljant. Ik vond het knap hoe ze overeind bleef, kritiek incasseerde en naging of ze, zonder zichzelf geweld aan te doen, ander gedrag kon vertonen om te bereiken wat ze wilde.
Na afloop zei ze echter dat ze van binnen helemaal van slag was van deze 'fout'.
Het was geen fout. Mijn botte opmerking (je moet soms provoceren als trainingsactrice) was een uiting van hoe haar gedrag op mij overkwam, het was mijn interpretatie. Ik ben daarbij een spiegel, ik waarschuw hoe iets over kan komen. Maar dan is het nog niet 'fout'. Bij een ander werkt haar manier van praten mogelijk wel. Het gaat om het bewust worden van je communicatie. En dat je je realiseert dat je meer tools in je communicatiekist hebt, dat je je kunt aanpassen waar dat nodig is, en dus prima met kritiek om kunt gaan en in gesprek kunt blijven.
En daar gaat het om. Dat je, zonder jezelf te forceren in gedrag dat niet bij je past, je afstemt op de ander. Bij de een werkt het linksom, bij de ander rechtsom. Bij de een moet je heel direct zijn, bij een ander kun je beter iets omzichtiger zijn. Bij de een kun je praten als een kind, valt het niet eens op, de ander wil graag als volwassene toegesproken worden (de meesten).
Dit leer je al doende. Soms in de loop der jaren, maar vaak al gewoon binnen het gesprek zelf. Als je goed naar de ander kijkt en luistert, geeft deze in het algemeen voldoende signalen of het gesprek nog loopt of niet. Deze signalen geef je zelf overigens ook.
Nu moet je alleen wel oppassen met een te snelle interpretatie. Je weet bijvoorbeeld niet of iemand wegkijkt omdat hij niet geïnteresseerd is, weg moet, afgeleid wordt, aan het nadenken is of dat er iets anders aan de hand is. Maar daar kun je wel achterkomen. Door het bijvoorbeeld te vragen. 'Snap je wat ik bedoel?' of 'Is er iets?' of 'Moet je weg?' of duizend andere vragen. Wat de 'goede' vraag is, ontdek je pas door een vraag te stellen en te letten op de reactie.
Je kunt je 'fouten' altijd herstellen door bijvoorbeeld te zeggen 'Oh, dit komt niet goed over.' of 'Zo bedoel ik het niet.' of 'Ik merk dat het anders overkomt dan ik bedoeld heb' of...
Communicatie is een proces van continue feedback en bijstellen. Het klinkt nog niet zo makkelijk, maar echt fouten maken kun je gelukkig niet.
door Marielle Boersen 10 april 2026
Elk kind heeft dezelfde vijf basisbehoeften. Als hier niet aan wordt voldaan, past een kind zich aan om de situatie zo goed mogelijk te doorstaan. Zo ontstaan er een onbewuste adaptieve overlevingsstijlen die als kind functioneel waren, maar die je als volwassene kunnen belemmeren. We onderscheiden de volgende tekorten in basisbehoeften en de daarbij behorende overlevingsstijlen: Verbinding: Je raakt het contact met je lichaam en emoties kwijt, waardoor het moeilijk wordt om relaties aan te gaan. A fstemming: Je negeert je eigen behoeften of weet niet goed wat je nodig hebt. Vertrouwen: Je hebt moeite met vertrouwen en afhankelijkheid, waardoor je het lastig vindt hulp te vragen of steun te ontvangen. Autonomie: Grenzen aangeven voelt bedreigend, je durft geen nee te zeggen of je mening te uiten zonder schuld of angst. Liefde-seksualiteit: Je hebt moeite met het openen van je hart en het aangaan van liefdevolle, vitale relaties. Het NeuroAffective Relational Model (NARM) kijkt functioneel naar het verleden: alleen wanneer oude pijn het heden belemmert, wordt dit onderzocht. Zo ontstaat ruimte voor herstel en groei, zonder te blijven hangen in het verleden. In een sessie word je uitgenodigd om een actuele situatie te onderzoeken waarin je vastloop t . Samen onderzoeken w e wat je lichamelijk en emotioneel ervaart—misschien voel je spanning in je buik of een terugtrekkende beweging. De kunst is deze gevoelens te erkennen zonder oordeel , maar mild en met aandacht. Zo kun je ontdekken welke oude overlevingsstrategie zich nu aandient (bijvoorbeeld: jezelf afsluiten om pijn te vermijden). Door in het moment stil te staan bij wat je werkelijk nodig hebt, ontstaat meer helderheid. H et helpt om dan een kleine stap te zetten, zoals het benoemen van je behoefte aan verbinding, en te ervaren dat het veilig is dit uit te spreken. Zo word en in een sessie niet alleen patronen inzichtelijk gemaakt, maar wordt er ook ruimte gecreëerd om vanuit het nu te kiezen voor meer authenticiteit en contact, voor heling en groei. Bron en boekentip: Ontwikkelingstrauma helen, Laurence Heller
door Marielle Boersen 2 april 2026
Soms is het moeilijk onder woorden te brengen waar je mee zit. Of je wilt niet herbeleven wat je zo geraakt heeft. Of je zit met trauma's uit een periode waarin je nog geen taal had. Dan is het fijn om een verwerkingsmethode te hebben die met het pre-verbale en pre-cognitieve deel van je hersenen werkt. Brainspotting werkt met dit onderbewuste deel van je brein om trauma's en andere diepgewortelde blokkades te verwerken en te helen. Brainspotting is een hersengebaseerde therapie die door dr. David Grand, trauma-expert, is ontwikkeld vanuit EMDR. Door middel van bepaalde oogposities wordt er verbinding gemaakt met het brein en het lichaam. Het klinkt misschien vreemd, maar door te kijken naar het puntje van een aanwijsstok, komen er processen op gang die helpen bij de verwerking van oud zeer en trauma's. Traumatische ervaringen zijn ervaringen die op dat moment niet verwerkt konden worden en die als het ware in een soort capsule in het brein bewaard worden om op een later moment te verwerken. Bij brainspotting kun je door de oogposities toegang krijgen tot die capsules. De verwerking is op onbewust niveau, gaat vaak in golven en kan bestaan uit tranen, boosheid, oogbewegingen, schokkerige bewegingen, een misselijk gevoel, gapen, etc. Hoe de verwerking zich uit, verschilt per persoon en per keer. De verwerking gaat na een sessie vaak nog door. Het mooie is dat we het niet hoeven te begrijpen en het niet kunnen sturen. Het limbische systeem neemt het van ons over en verwerkt alsnog wat vroeger niet verwerkt kon worden. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek naar deze methode gedaan en komt er steeds meer erkenning voor. Mocht je interesse hebben een brainspotting sessie te ondergaan, laat het me weten.
Meer posts