Sterk zijn

Marielle Boersen • 17 juli 2023

Mannen mogen niet huilen, hoe vaak is dat in het verleden wel niet gezegd? Nog steeds hebben veel mensen er last van dat ze zich zogenaamd groot moeten houden. 'Emoties zijn voor watjes'. 'Stel je niet aan.' of 'Laat je niet kennen.' Het tegendeel is waar. Huilen maakt schoon en delen dat je je (wel eens) klein voelt, schept een band.


Ik las laatst een blog van een collega trainer die schreef over een man die op een feest stilletjes op de gang stond te huilen en die gauw wegliep toen hij ontdekte dat zij hem zag. Zij wist niet wat ze ermee aan moest. Als iemand niet om hulp vraagt, moet je die ook niet geven, was haar uitgangspunt. Ze wilde niet in de dramadriehoek stappen, geen slachtoffer van hem maken. Het geven van een knuffel beschouwde ze als 'ankeren' van de emotie met als resultaat dat die wordt weggestopt.


Misschien heb ik haar verkeerd begrepen. Natuurlijk moet je je hulp niet opdringen aan iemand. Maar hoeveel mensen hebben nooit geleerd te vragen om aandacht of troost? Hoeveel mensen zijn er opgegroeid met het idee dat ze het altijd zelf moeten zien te redden, hoeveel  'schamen' zich voor wat ze zien als een moment van zwakheid?


Evolutionair gezien zijn we helemaal niet gemaakt om alleen op deze planeet rond te banjeren. We zijn groepsdieren. We kunnen wel degelijk elkaars steun en hulp gebruiken.


Zo herinner ik me nog goed hoe ik op een eenzame Oudjaarsavond stond te huilen in de gang van een discotheek. Ik was blij met de jongen die even aan me vroeg of het wel ging. Mijn verdriet, ik, werd gezien.

Of die keer dat ik bij een training als deelnemer werd geraakt. Het moment dat de trainers mijn tranen zagen en vervolgens wegliepen om pauze te houden, voelde ik me zo bevestigd in mijn eenzaamheid. Hoe dankbaar was ik voor de medecursist die een moment naast me ging zitten, een arm om me heen sloeg en stilletjes naar mijn verhaal luisterde.


Nee, we moeten van de ander geen slachtoffer maken, maar we hoeven elkaar of onze emoties ook niet te negeren. Het is juist sterk om zogenaamde zwakte te erkennen en er even voor elkaar te zijn. We zijn tenslotte allemaal mensen.

door Marielle Boersen 10 april 2026
Elk kind heeft dezelfde vijf basisbehoeften. Als hier niet aan wordt voldaan, past een kind zich aan om de situatie zo goed mogelijk te doorstaan. Zo ontstaan er een onbewuste adaptieve overlevingsstijlen die als kind functioneel waren, maar die je als volwassene kunnen belemmeren. We onderscheiden de volgende tekorten in basisbehoeften en de daarbij behorende overlevingsstijlen: Verbinding: Je raakt het contact met je lichaam en emoties kwijt, waardoor het moeilijk wordt om relaties aan te gaan. A fstemming: Je negeert je eigen behoeften of weet niet goed wat je nodig hebt. Vertrouwen: Je hebt moeite met vertrouwen en afhankelijkheid, waardoor je het lastig vindt hulp te vragen of steun te ontvangen. Autonomie: Grenzen aangeven voelt bedreigend, je durft geen nee te zeggen of je mening te uiten zonder schuld of angst. Liefde-seksualiteit: Je hebt moeite met het openen van je hart en het aangaan van liefdevolle, vitale relaties. Het NeuroAffective Relational Model (NARM) kijkt functioneel naar het verleden: alleen wanneer oude pijn het heden belemmert, wordt dit onderzocht. Zo ontstaat ruimte voor herstel en groei, zonder te blijven hangen in het verleden. In een sessie word je uitgenodigd om een actuele situatie te onderzoeken waarin je vastloop t . Samen onderzoeken w e wat je lichamelijk en emotioneel ervaart—misschien voel je spanning in je buik of een terugtrekkende beweging. De kunst is deze gevoelens te erkennen zonder oordeel , maar mild en met aandacht. Zo kun je ontdekken welke oude overlevingsstrategie zich nu aandient (bijvoorbeeld: jezelf afsluiten om pijn te vermijden). Door in het moment stil te staan bij wat je werkelijk nodig hebt, ontstaat meer helderheid. H et helpt om dan een kleine stap te zetten, zoals het benoemen van je behoefte aan verbinding, en te ervaren dat het veilig is dit uit te spreken. Zo word en in een sessie niet alleen patronen inzichtelijk gemaakt, maar wordt er ook ruimte gecreëerd om vanuit het nu te kiezen voor meer authenticiteit en contact, voor heling en groei. Bron en boekentip: Ontwikkelingstrauma helen, Laurence Heller
door Marielle Boersen 2 april 2026
Soms is het moeilijk onder woorden te brengen waar je mee zit. Of je wilt niet herbeleven wat je zo geraakt heeft. Of je zit met trauma's uit een periode waarin je nog geen taal had. Dan is het fijn om een verwerkingsmethode te hebben die met het pre-verbale en pre-cognitieve deel van je hersenen werkt. Brainspotting werkt met dit onderbewuste deel van je brein om trauma's en andere diepgewortelde blokkades te verwerken en te helen. Brainspotting is een hersengebaseerde therapie die door dr. David Grand, trauma-expert, is ontwikkeld vanuit EMDR. Door middel van bepaalde oogposities wordt er verbinding gemaakt met het brein en het lichaam. Het klinkt misschien vreemd, maar door te kijken naar het puntje van een aanwijsstok, komen er processen op gang die helpen bij de verwerking van oud zeer en trauma's. Traumatische ervaringen zijn ervaringen die op dat moment niet verwerkt konden worden en die als het ware in een soort capsule in het brein bewaard worden om op een later moment te verwerken. Bij brainspotting kun je door de oogposities toegang krijgen tot die capsules. De verwerking is op onbewust niveau, gaat vaak in golven en kan bestaan uit tranen, boosheid, oogbewegingen, schokkerige bewegingen, een misselijk gevoel, gapen, etc. Hoe de verwerking zich uit, verschilt per persoon en per keer. De verwerking gaat na een sessie vaak nog door. Het mooie is dat we het niet hoeven te begrijpen en het niet kunnen sturen. Het limbische systeem neemt het van ons over en verwerkt alsnog wat vroeger niet verwerkt kon worden. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek naar deze methode gedaan en komt er steeds meer erkenning voor. Mocht je interesse hebben een brainspotting sessie te ondergaan, laat het me weten.
Meer posts