De meeste mensen deugen
Mariëlle Boersen • 1 oktober 2019
Ik ben blij met het nieuwe boek van Rutger Bregman: De meeste mensen deugen. Deze historicus biedt een ander perspectief op onze geschiedenis. Hij heeft onderzoek gedaan naar psychologische experimenten, oorlogen en geschiedenis en haalt zodoende de stelling onderuit dat mensen onder een laagje vernis slechte wezens zijn. Bij nader inzien blijkt de mens een sociaal wezen, homo puppy. De mens onderscheidt zich met name door het vermogen van elkaar te leren, social learning. 'We zijn geboren om te leren, te verbinden en te spelen.' (pag. 98)
Dit vermogen heeft ervoor gezorgd dat wij als soort nog steeds bestaan. Deze survival of the friendliest heeft echter een keerzijde. Sinds we tienduizend jaar geleden op één plek zijn gaan settelen is het misgegaan. De wij-zij gedachte is gaan overheersen en onder het mom van kameraadschap is men elkaar de ergste dingen aan gaan doen. Met name doordat we denken dat andere mensen anders zijn dan wij en het niet goed met ons voor hebben, hebben we een negatieve focus die als een nocebo (de negatieve tegenpool van de placebo) werkt. Onze (negatieve) verwachtingen worden waar.
Onze negatieve focus zien we ook terug in het nieuws. Er wordt niet gemeld waar mensen elkaar helpen of waar geen oorlog is. Dat is geen nieuws. Gevolg is dat we denken dat de wereld, en de mens, verdorven is. En dat is dus niet zo. Als mensen elkaar leren kennen, wordt het moeilijk een ander kwaad te doen. Pas op afstand wordt het makkelijker elkaar te doden. We zien van dichtbij teveel gelijkenis. Zo schoot men in de loopgraven vooral mis, en hebben de Duitsers en Engelsen in de eerste Wereldoorlog daar zelfs gezamenlijk kerst gevierd.
Een positieve benadering werkt, zoals in het gevangeniswezen van Noorwegen waar men geen cellen kent, of bij het terughalen van FARC soldaten naar huis door middel van positieve berichten.
Toch zijn er mensen, met name de invloedrijken en machthebbers, die gefocust blijven op de negativiteit. Zo heeft Zimbardo in zijn beroemde experiment met gevangenen en cipiers deze laatste groep bewust opgeroepen zich gewelddadig te gedragen. Zo wordt er bij het shock experiment van Milgram niet vermeld dat veel mensen weigerden anderen pijn te doen of niet geloofden dat het werkelijk gebeurde. De berichtgeving is zodoende negatiever dan de werkelijkheid.
Boodschap van het boek, en daarmee van de geschiedenis, is dat we het eigenlijk goed met elkaar voor hebben. Laten we ons dus niet laten verleiden tot cynisme en ons realiseren dat onze verwachtingen uitkomen: denken we het slechtste van mensen (negativity bias), dan hebben we gelijk. Denken we positief dan blijkt dit ook te kloppen. We kunnen de wij-zij gedachte onschadelijk maken door iedereen als 'wij' te zien. Zoek de overeenkomsten, niet de verschillen. Wij-wij, win-win.

Elk kind heeft dezelfde vijf basisbehoeften. Als hier niet aan wordt voldaan, past een kind zich aan om de situatie zo goed mogelijk te doorstaan. Zo ontstaan er een onbewuste adaptieve overlevingsstijlen die als kind functioneel waren, maar die je als volwassene kunnen belemmeren. We onderscheiden de volgende tekorten in basisbehoeften en de daarbij behorende overlevingsstijlen: Verbinding: Je raakt het contact met je lichaam en emoties kwijt, waardoor het moeilijk wordt om relaties aan te gaan. A fstemming: Je negeert je eigen behoeften of weet niet goed wat je nodig hebt. Vertrouwen: Je hebt moeite met vertrouwen en afhankelijkheid, waardoor je het lastig vindt hulp te vragen of steun te ontvangen. Autonomie: Grenzen aangeven voelt bedreigend, je durft geen nee te zeggen of je mening te uiten zonder schuld of angst. Liefde-seksualiteit: Je hebt moeite met het openen van je hart en het aangaan van liefdevolle, vitale relaties. Het NeuroAffective Relational Model (NARM) kijkt functioneel naar het verleden: alleen wanneer oude pijn het heden belemmert, wordt dit onderzocht. Zo ontstaat ruimte voor herstel en groei, zonder te blijven hangen in het verleden. In een sessie word je uitgenodigd om een actuele situatie te onderzoeken waarin je vastloop t . Samen onderzoeken w e wat je lichamelijk en emotioneel ervaart—misschien voel je spanning in je buik of een terugtrekkende beweging. De kunst is deze gevoelens te erkennen zonder oordeel , maar mild en met aandacht. Zo kun je ontdekken welke oude overlevingsstrategie zich nu aandient (bijvoorbeeld: jezelf afsluiten om pijn te vermijden). Door in het moment stil te staan bij wat je werkelijk nodig hebt, ontstaat meer helderheid. H et helpt om dan een kleine stap te zetten, zoals het benoemen van je behoefte aan verbinding, en te ervaren dat het veilig is dit uit te spreken. Zo word en in een sessie niet alleen patronen inzichtelijk gemaakt, maar wordt er ook ruimte gecreëerd om vanuit het nu te kiezen voor meer authenticiteit en contact, voor heling en groei. Bron en boekentip: Ontwikkelingstrauma helen, Laurence Heller

Soms is het moeilijk onder woorden te brengen waar je mee zit. Of je wilt niet herbeleven wat je zo geraakt heeft. Of je zit met trauma's uit een periode waarin je nog geen taal had. Dan is het fijn om een verwerkingsmethode te hebben die met het pre-verbale en pre-cognitieve deel van je hersenen werkt. Brainspotting werkt met dit onderbewuste deel van je brein om trauma's en andere diepgewortelde blokkades te verwerken en te helen. Brainspotting is een hersengebaseerde therapie die door dr. David Grand, trauma-expert, is ontwikkeld vanuit EMDR. Door middel van bepaalde oogposities wordt er verbinding gemaakt met het brein en het lichaam. Het klinkt misschien vreemd, maar door te kijken naar het puntje van een aanwijsstok, komen er processen op gang die helpen bij de verwerking van oud zeer en trauma's. Traumatische ervaringen zijn ervaringen die op dat moment niet verwerkt konden worden en die als het ware in een soort capsule in het brein bewaard worden om op een later moment te verwerken. Bij brainspotting kun je door de oogposities toegang krijgen tot die capsules. De verwerking is op onbewust niveau, gaat vaak in golven en kan bestaan uit tranen, boosheid, oogbewegingen, schokkerige bewegingen, een misselijk gevoel, gapen, etc. Hoe de verwerking zich uit, verschilt per persoon en per keer. De verwerking gaat na een sessie vaak nog door. Het mooie is dat we het niet hoeven te begrijpen en het niet kunnen sturen. Het limbische systeem neemt het van ons over en verwerkt alsnog wat vroeger niet verwerkt kon worden. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek naar deze methode gedaan en komt er steeds meer erkenning voor. Mocht je interesse hebben een brainspotting sessie te ondergaan, laat het me weten.