Ode aan het Nederlands
Mariëlle Boersen • 2 februari 2018
We hebben steeds meer de neiging Engels te gebruiken in het onderwijs, in social media (ik bedoel maar) en in ons dagelijks taalgebruik. Misschien is het mijn leeftijd en ga ik onvoldoende met mijn tijd mee, maar ik houd van het ouderwetse Nederlands. De nuance die het juiste woord aanbrengt. De klank van een letter. Hoe klanken werelden herbergen zoals in ‘het wasgoed dat wappert in de wind’. Ik zie het voor me dankzij de weifelende w van wie, wat, waar, wanneer, waarom, maar ook van wiebelen, wankelen, waggelen, wouwelen, woelen en wentelen.
Wij Nederlanders blijken vooral veel variatie in scheldwoorden te hebben. Geïnspireerd door de klank van een letter. Zoals de stiekeme, sluwe en slimme s van smiespelen, snaaien, steggelen, sjoemelaar, schorremorrie, schuinsmarcheerder, secreet, serpent, sjacheraar, snoever, schelm, smiecht, schavuit, schobbejak en snoodaard. Of juist de stomme s van slappeling, slampamper, slapjanus, scharminkel, schijtlijster, schlemiel, stoethaspel, stakker, stumper, sukkel, sufkop en sul die slist, stamelt en stottert en loopt te slabakken.
Woorden als oelewapper, klaploper, linkmiegel, knurft, tuig van de richel, nozem, duivelsgebroed, vlegel, doerak, dondersteen, donderstraal, lulletje rozenwater, flapdrol, lapzwans, minkukel, branieschopper, droogstoppel, belhamel, bengel, blaaskaak, droplul en melkmuil. Een heel rijtje en lang niet compleet. Misschien denk je nu, wat loop je te raaskallen, bekokstoven of konkelefoezen? Ben je helemaal belatafeld? Misschien vind je het quatsch, geneuzel of apekool of begrijp je er geen snars of sikkepit van. Maar sta eens stil bij de verschillende klanken.
De fijne letter f met zijn frunniken, frutselen, friemelen en finesse alsook flitsen en flikkeren en het prachtige flikflooien, foeteren, frapperen, fratsen en fnuikend. Niet slechts de gemene gluiperd, gespuis, geteisem, gajes, gladjanus, maar genieten van de g in gniffelen, grinniken, gnuiven, gieren, grijnzen, grimassen, ginnegappen, giechelen, giebelen en grapjas of de g-klank in schaterlachen, schertsen, schuddebuiken en schik hebben.
Bijzonder hoe klank en betekenis verbonden zijn. De denderende d van donderen, draven, daveren, duwen, drammen, doordrukken, dreunen, donderjagen en door, door, door, tegenover het deemoedige drentelen, dralen, dreinen, dreutelen en deinzen. De petieterige en precieze p van het peinzen, prakkezeren, pruilen, puzzelen, punniken, peuren, peuteren en peuzelen.
Klank kleurt het woord zoals de koutende k met zijn keuvelen, kijven, kiften, kakelen, konkelen, klikken, kissebissen, kletsen en klessebessen, maar ook kukelen, koekeloeren en jawel, klaploper. De haperende h van huiveren, huppen, hakkelen, hannesen, hikken, horten, hakketakken en oké, hittepetit. De likkebaardende l met zijn lillend, lallend, lol en lellebel. De zanikende z van zemelen, zeuren, zwetsen, ziften en zeveraar. De belegen b met zijn banjeren, bakkeleien, beuzelen, bedotten, beduvelen, botvieren, bekonkelen, bruuskeren, berispen, beschimpen, bestieren, bezoedelen en besodemieteren. Toch ook wel weer veel negatieve woorden. Daar zijn we blijkbaar creatiever in.
Ik ben benieuwd van welk woord jij gaat glimmen en glunderen. Misschien is het weer mijn hang naar de traagheid van weleer, maar ik geniet vooral van lanterfanten en flierefluiten.

Elk kind heeft dezelfde vijf basisbehoeften. Als hier niet aan wordt voldaan, past een kind zich aan om de situatie zo goed mogelijk te doorstaan. Zo ontstaan er een onbewuste adaptieve overlevingsstijlen die als kind functioneel waren, maar die je als volwassene kunnen belemmeren. We onderscheiden de volgende tekorten in basisbehoeften en de daarbij behorende overlevingsstijlen: Verbinding: Je raakt het contact met je lichaam en emoties kwijt, waardoor het moeilijk wordt om relaties aan te gaan. A fstemming: Je negeert je eigen behoeften of weet niet goed wat je nodig hebt. Vertrouwen: Je hebt moeite met vertrouwen en afhankelijkheid, waardoor je het lastig vindt hulp te vragen of steun te ontvangen. Autonomie: Grenzen aangeven voelt bedreigend, je durft geen nee te zeggen of je mening te uiten zonder schuld of angst. Liefde-seksualiteit: Je hebt moeite met het openen van je hart en het aangaan van liefdevolle, vitale relaties. Het NeuroAffective Relational Model (NARM) kijkt functioneel naar het verleden: alleen wanneer oude pijn het heden belemmert, wordt dit onderzocht. Zo ontstaat ruimte voor herstel en groei, zonder te blijven hangen in het verleden. In een sessie word je uitgenodigd om een actuele situatie te onderzoeken waarin je vastloop t . Samen onderzoeken w e wat je lichamelijk en emotioneel ervaart—misschien voel je spanning in je buik of een terugtrekkende beweging. De kunst is deze gevoelens te erkennen zonder oordeel , maar mild en met aandacht. Zo kun je ontdekken welke oude overlevingsstrategie zich nu aandient (bijvoorbeeld: jezelf afsluiten om pijn te vermijden). Door in het moment stil te staan bij wat je werkelijk nodig hebt, ontstaat meer helderheid. H et helpt om dan een kleine stap te zetten, zoals het benoemen van je behoefte aan verbinding, en te ervaren dat het veilig is dit uit te spreken. Zo word en in een sessie niet alleen patronen inzichtelijk gemaakt, maar wordt er ook ruimte gecreëerd om vanuit het nu te kiezen voor meer authenticiteit en contact, voor heling en groei. Bron en boekentip: Ontwikkelingstrauma helen, Laurence Heller

Soms is het moeilijk onder woorden te brengen waar je mee zit. Of je wilt niet herbeleven wat je zo geraakt heeft. Of je zit met trauma's uit een periode waarin je nog geen taal had. Dan is het fijn om een verwerkingsmethode te hebben die met het pre-verbale en pre-cognitieve deel van je hersenen werkt. Brainspotting werkt met dit onderbewuste deel van je brein om trauma's en andere diepgewortelde blokkades te verwerken en te helen. Brainspotting is een hersengebaseerde therapie die door dr. David Grand, trauma-expert, is ontwikkeld vanuit EMDR. Door middel van bepaalde oogposities wordt er verbinding gemaakt met het brein en het lichaam. Het klinkt misschien vreemd, maar door te kijken naar het puntje van een aanwijsstok, komen er processen op gang die helpen bij de verwerking van oud zeer en trauma's. Traumatische ervaringen zijn ervaringen die op dat moment niet verwerkt konden worden en die als het ware in een soort capsule in het brein bewaard worden om op een later moment te verwerken. Bij brainspotting kun je door de oogposities toegang krijgen tot die capsules. De verwerking is op onbewust niveau, gaat vaak in golven en kan bestaan uit tranen, boosheid, oogbewegingen, schokkerige bewegingen, een misselijk gevoel, gapen, etc. Hoe de verwerking zich uit, verschilt per persoon en per keer. De verwerking gaat na een sessie vaak nog door. Het mooie is dat we het niet hoeven te begrijpen en het niet kunnen sturen. Het limbische systeem neemt het van ons over en verwerkt alsnog wat vroeger niet verwerkt kon worden. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek naar deze methode gedaan en komt er steeds meer erkenning voor. Mocht je interesse hebben een brainspotting sessie te ondergaan, laat het me weten.