Mag het een beetje minder?
Mariëlle Boersen • 9 januari 2020
Burn-out onder jongeren neemt toe
Het gemiddelde kind heeft tegenwoordig hetzelfde angstniveau als de gemiddelde psychiatrische patiënt in de jaren 1950. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn de sociale verbondenheid die minder stabiel en voorspelbaar is geworden, terrorisme, onzekerheid over het later verkrijgen van werk, maar ook onze consumptiemaatschappij (Leahy, Angstvrij).
We zijn bang geworden tekort te komen of tekort te schieten. Doordat we via sociale media direct zicht hebben op het (schijnbare) leven van vele mensen, zijn we onszelf continu aan het vergelijken. Het recept voor ongelukkig zijn. Dit leidt tot hoge eisen die we onszelf stellen en faalangst. Ook is er sprake van keuzestress. Door de overvloed aan opties in deze welvaartsmaatschappij, vragen we ons steeds vaker af of we wel de juiste keuzes maken.
Ik merk aan mijn kinderen dat de druk die we onszelf en elkaar opleggen, steeds groter wordt. Mocht je vroeger op school nog over met een paar onvoldoendes, dan word je nu een bespreekgeval. Blijven zitten is er vaak niet bij, je wordt gelijk ook een niveau terug gezet. Je rent van toets naar toets, waarbij het 'iets leren' ondergeschikt lijkt aan het te behalen resultaat. Inmiddels is een 5,9 voor een kernvak (Nederlands, Engels, Wiskunde) ook een reden voor twijfel aan je capaciteiten. Dan moet je naast je school ook nog een bijbaan hebben en een goed sociaal leven. Ga je dan doorstuderen, dan moet je het eerste jaar wel minimaal x aantal punten hebben, anders moet je weg. En dat terwijl je als eerstejaars een compleet nieuw leven begint in een andere omgeving, een nieuw ritme met meer zelfstandigheid en nieuwe sociale contacten. Dan moet je, om je kansen later op de arbeidsmarkt te vergroten, je ook nog aansluiten bij een vereniging, liefst in het bestuur, een relevante bijbaan hebben, straks een interessante stage doen, een jaar in het buitenland studeren, etc. etc.
Steeds meer jongeren krijgen een burn-out, een vrij nieuw verschijnsel onder deze leeftijdsgroep. Volgens het CBS zijn 100.000 Nederlanders onder de 35 jaar opgebrand. Millennials (geboren tussen 1980 en 2000) hebben vaak last van burn-out en depressie. Generatie Z (geboren na 2000), is er mogelijk nog erger aan toe. Meer dan een kwart van de jongeren geeft aan ooit een burn-out of daaraan gerelateerde klachten te hebben gehad. De helft van de jongeren verwacht een burn-out te krijgen. Ook het aantal zelfmoorden loopt enorm toe onder jongeren.
Hoge verwachtingen, prestatiedruk, de eisen van de maatschappij, de opvoeding?
Wat kunnen we doen:
- minder eisen aan elkaar opleggen. Hier ligt een taak voor het onderwijs, het bedrijfsleven, ouders en eigenlijk aan iedereen. Dus ook voor mij. En voor jou.
- meer acceptatie van fouten en falen. Leren en je ontwikkelen doe je met vallen en opstaan, net als fietsen. Niemand is perfect, ook ik niet, ook jij niet.
- eerder herkennen van lichamelijke signalen, zoals vermoeidheidsklachten, slecht slapen, piekeren, angstige of sombere gevoelens en problemen met eten.
- vaker hulp vragen en bieden aan elkaar.
- je niet meer vergelijken met een ander. Er is maar één zoals jij en dat is helemaal goed.
There is a crack, a crack in everything
That’s how the light gets in
(Leonard Cohen)

Elk kind heeft dezelfde vijf basisbehoeften. Als hier niet aan wordt voldaan, past een kind zich aan om de situatie zo goed mogelijk te doorstaan. Zo ontstaan er een onbewuste adaptieve overlevingsstijlen die als kind functioneel waren, maar die je als volwassene kunnen belemmeren. We onderscheiden de volgende tekorten in basisbehoeften en de daarbij behorende overlevingsstijlen: Verbinding: Je raakt het contact met je lichaam en emoties kwijt, waardoor het moeilijk wordt om relaties aan te gaan. A fstemming: Je negeert je eigen behoeften of weet niet goed wat je nodig hebt. Vertrouwen: Je hebt moeite met vertrouwen en afhankelijkheid, waardoor je het lastig vindt hulp te vragen of steun te ontvangen. Autonomie: Grenzen aangeven voelt bedreigend, je durft geen nee te zeggen of je mening te uiten zonder schuld of angst. Liefde-seksualiteit: Je hebt moeite met het openen van je hart en het aangaan van liefdevolle, vitale relaties. Het NeuroAffective Relational Model (NARM) kijkt functioneel naar het verleden: alleen wanneer oude pijn het heden belemmert, wordt dit onderzocht. Zo ontstaat ruimte voor herstel en groei, zonder te blijven hangen in het verleden. In een sessie word je uitgenodigd om een actuele situatie te onderzoeken waarin je vastloop t . Samen onderzoeken w e wat je lichamelijk en emotioneel ervaart—misschien voel je spanning in je buik of een terugtrekkende beweging. De kunst is deze gevoelens te erkennen zonder oordeel , maar mild en met aandacht. Zo kun je ontdekken welke oude overlevingsstrategie zich nu aandient (bijvoorbeeld: jezelf afsluiten om pijn te vermijden). Door in het moment stil te staan bij wat je werkelijk nodig hebt, ontstaat meer helderheid. H et helpt om dan een kleine stap te zetten, zoals het benoemen van je behoefte aan verbinding, en te ervaren dat het veilig is dit uit te spreken. Zo word en in een sessie niet alleen patronen inzichtelijk gemaakt, maar wordt er ook ruimte gecreëerd om vanuit het nu te kiezen voor meer authenticiteit en contact, voor heling en groei. Bron en boekentip: Ontwikkelingstrauma helen, Laurence Heller

Soms is het moeilijk onder woorden te brengen waar je mee zit. Of je wilt niet herbeleven wat je zo geraakt heeft. Of je zit met trauma's uit een periode waarin je nog geen taal had. Dan is het fijn om een verwerkingsmethode te hebben die met het pre-verbale en pre-cognitieve deel van je hersenen werkt. Brainspotting werkt met dit onderbewuste deel van je brein om trauma's en andere diepgewortelde blokkades te verwerken en te helen. Brainspotting is een hersengebaseerde therapie die door dr. David Grand, trauma-expert, is ontwikkeld vanuit EMDR. Door middel van bepaalde oogposities wordt er verbinding gemaakt met het brein en het lichaam. Het klinkt misschien vreemd, maar door te kijken naar het puntje van een aanwijsstok, komen er processen op gang die helpen bij de verwerking van oud zeer en trauma's. Traumatische ervaringen zijn ervaringen die op dat moment niet verwerkt konden worden en die als het ware in een soort capsule in het brein bewaard worden om op een later moment te verwerken. Bij brainspotting kun je door de oogposities toegang krijgen tot die capsules. De verwerking is op onbewust niveau, gaat vaak in golven en kan bestaan uit tranen, boosheid, oogbewegingen, schokkerige bewegingen, een misselijk gevoel, gapen, etc. Hoe de verwerking zich uit, verschilt per persoon en per keer. De verwerking gaat na een sessie vaak nog door. Het mooie is dat we het niet hoeven te begrijpen en het niet kunnen sturen. Het limbische systeem neemt het van ons over en verwerkt alsnog wat vroeger niet verwerkt kon worden. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek naar deze methode gedaan en komt er steeds meer erkenning voor. Mocht je interesse hebben een brainspotting sessie te ondergaan, laat het me weten.